15 knikkerspelletjes om te (her)ontdekken!

Knikkerspelletjes

Zoals je je ook wel kunt voorstellen, kwamen er gaandeweg honderden variaties bij. Elke regio, elk dorp, zelfs elke school bedacht zijn eigen regels. Je merkt hier de kracht van mondelinge overlevering bij tradities die jong en oud doorheen de eeuwen zijn blijven bekoren. Precies wat mij ertoe aanzette dit artikel te schrijven!

 

Op de vraag "Wat zijn de regels bij knikkeren?", antwoord ik liever met "Welke spelletjes bestaan er allemaal met knikkers?” Een bijna onmogelijke uitdaging, zelf voor de Knikkerprins! Want, terwijl ik hier aan het noteren ben, vinden een paar kinderen uit een klein Nederlands dorp misschien een nieuwe variatie uit...

 

Dit zijn alvast 15 knikkerspelletjes om te (her)ontdekken:

1. Knikkeren in een potje

Vanuit Frankrijk, door België tot in Nederland blijft dit dé grote klassieker onder de knikkerspelen. Hierbij wordt geknikkerd op een rechthoekig veld met een gat in. De nationale knikkerkampioenschappen legden de regels van het spel vast.

Wat is knikkeren in een potje:

Het speelveld is ongeveer 1,5 bij 3 meter groot met een gat op ongeveer 2/3 van de lengte. Het is de bedoeling dat je zelf een beginlijn trekt op ongeveer 4-6m van het gat. Die lijn laat je afhangen van je speelniveau. Het aantal gespeelde knikkers wordt van tevoren bepaald. Bij de nationale kampioenschappen zijn het meestal 5 knikkers met een diameter van 16mm.

Om te bepalen wie eerst aan de beurt komt, gooit elke speler een knikker naar het gat of kuiltje. Wie het dichtst bij het gat mikt, zonder dat de knikker erin valt, begint. Nu mag elke deelnemer om de beurt een knikker in het gat proberen rollen. Lukt dat? Dan krijgt hij nog een beurt. Nieuwe Knikkers worden telkens gerold vanaf de lijn. Knikkers die zich al op het speelveld bevinden, worden vanaf hun positie verder gerold.

Rolt er een knikker buiten het speelveld? Dan leg je die terug aan de beginlijn. De eerste speler die al zijn knikkers in het gat rolt, is de winnaar en verdient alle knikkers op het veld!

Je wint natuurlijk het liefst de knikkers van je tegenstanders, maar je kan ook andere prijzen in de wacht slepen: een mammoet bijvoorbeeld of een prachtige handgemaakte knikker!

 

Variaties op knikkeren in het potje:

Stel dat je geen speelveld hebt met een gat of kuiltje, dan zijn een cirkel tekenen of mikken op een bepaalde blok op het speelveld enkele alternatieven.

 

Moeilijker kan ook met een van volgende variaties:

- Ketsen: Hier mag je knikker niet rechtstreeks in het gat terechtkomen, maar probeer je het erin te kaatsen met behulp van andere knikkers.  

- Muurketsen: hier kets je je knikker via een muur in het doel.

- Het ommuurde stadsspel: hier wordt het gat als het ware een stad die je moet beschermen tegen elke mogelijke invasie van je tegenspelers. Een speler die erin slaagt zijn knikker in het doel te rollen, mag op de knikkers van de tegenstander mikken om ze te elimineren. Raak je de knikker, dan win je die en krijg je nog een beurt. Het spel eindigt wanneer alle knikkers van de tegenstanders zijn uitgeschakeld.

- In Groot-Brittannië en Noord-Amerika spelen ze dit knikkerspel in een grote cirkel of op een cirkelvormig bord. Deze variant staat bekend als ‘Ring taw’ of ‘Ringer’ en wordt beschouwd als het traditionele knikkerspel (zie verder bij spel 2).

 

 

2. Ringer of Ring Taw

Dit is de beroemde variant van de ‘knikkeren in een potje’ die voornamelijk in Groot-Brittannië en Noord-Amerika en op de Wereldkampioenschappen in Tinsley Green gespeeld wordt. Benieuwd naar de spelregels? Let wel! Ze zijn streng en vereisen een minimum aan voorbereiding.

Voorbereiding:

Teken een cirkel met een diameter van 30 cm in het midden van een tweede cirkel met een diameter van ongeveer 3 m. Vervolgens legt elke speler een aantal knikkers met een diameter van 16mm in de kleinste ring. In het totaal liggen er daar nu minstens 12 knikkers en dit in de vorm van een kruis.

De spelregels van Ringer of Ring Taw:

Om dit spel te spelen heb je een bonk (= een knikker met een diameter van 22 of 25mm) nodig. Met deze bonk probeer je de knikkers uit de kleine ring te raken, zodat zij uit de grote cirkel rollen. Maar wees voorzichtig! Je bonk moet in de grote cirkel blijven liggen. Gelukt? Dan worden de knikkers die je met de bonk uit de cirkel hebt weten te schieten van jou en krijg je nog een beurt. Dit keer schiet je je bonk vanaf de plaats waar die is blijven liggen.

Slaagde je er niet in om knikkers uit de ring te schieten? Helaas! Dan moet je je bonk terugnemen en is de volgende speler aan de beurt.

Slaagde je erin om knikkers uit de ring te schieten, maar is je bonk ook uit de grote ring gerold? Dan leg je de knikkers die verplaatst zijn terug in het midden en is de volgende speler aan de beurt.

Het spel eindigt wanneer er nog één bonk in de ring ligt en alle kleine knikkers uit de kleine cirkel zijn geschoten. Diegene die de meeste knikkers uit het veld wist te krijgen is de winnaar.

 

 

3. Punten pakken

Voorbereiding:

Teken met krijt verschillende velden op de vloer en ken aan elk ervan punten toe. De hoogste waarden geef je aan de kleinste en/of verst verwijderde velden van het startpunt. Om het te vergemakkelijken kan je de velden ook nummeren.

Hoe speel je het punten pakken-knikkerspel?

Probeer nu jouw knikkers in de velden te krijgen. Wat je ook mag doen is punten van je tegenstanders afpakken door op hun knikkers te schieten. Pas wel op dat je ze niet in een veld met een hogere waarde doet rollen!

Het spel uitdagender maken? Wijs een kleur toe aan elk veld en verdubbel de punten wanneer er een knikker met de gegeven kleur in terecht komt.

 

 

4. De achtervolging

De Achtervolging is een knikkerspel voor twee spelers. De eerste speler gooit een knikker voor zich uit. Daarna mikt de andere speler op de knikker van speler 1. Als hij niet geraakt wordt, gaat de eerste speler naar de plaats waar zijn knikker ligt, neemt hem terug en mikt ermee op knikker van de andere speler.

Wie als eerst de knikker van de andere speler raakt, wint de achtervolging.

 

 

5. De veroveraar

Dit spel lijkt erg op de Achtervolging. Het verschil is dat knikkers bij de Veroveraar worden geschoten en dus niet gegooid zoals bij de Achtervolging.

De eerste speler schiet een knikker op een afstand naar keuze. Hiervoor kiest de speler over het algemeen de afstand waarop hij met de grootste nauwkeurigheid schiet.

Daarna schiet de volgende speler een knikker. Als hij de eerste knikker raakt, wordt die van hem. Om het spel te hervatten, schiet deze speler ook met een nieuwe knikker. Als hij de knikker mist, blijft deze in het spel.

De derde speler kan mikken op alle knikkers die nog in het spel zijn. Alle getikte knikkers worden dan van hem. Is het schot niet succesvol? Dan blijft ook deze knikker in het spel liggen.

Raakt een knikker meerdere knikkers uit het spel doordat het bijvoorbeeld stuiterde? Dan krijgt de speler ze allemaal!

 

 

6. Dobblers

Dobblers is een spel voor een beperkt aantal spelers. Elke speler legt op een rechte lijn een aantal knikkers. Tussen die knikkers moeten telkens twee andere knikkers passen.

De spelers schieten om de beurt hun knikkers en winnen telkens diegenen die ze kunnen raken. De knikker waarmee geschoten wordt, blijft waar hij terechtkomt.

Wanneer een speler de taw (de knikker waarmee geschoten werd) van een andere speler kan raken, moet de eigenaar van de taw een knikker toevoegen aan zijn lijn.

 

 

7. Hundreds

Hundreds speel je met twee personen. De eerste die 100 punten haalt, wint het knikkerspel.

Teken eerst een kleine cirkel of maak een kuiltje op ruime afstand van de beginlijn. Beide spelers schieten nu een knikker in de cirkel. Als beide in de cirkel stoppen, of als geen van beide erin gaat, schieten de spelers opnieuw.

Als er slechts één in de cirkel stopt, verdient die speler 10 punten en mag hij nog eens schieten. Telkens wanneer de knikker in het doel stopt, scoort de speler 10 punten. Dit blijft doorgaan tot de 100 punten zijn bereikt. Wanneer er wordt gemist, gaat de beurt naar zijn tegenstander. De eerste speler die 100 punten behaalt, wint het spel en een vooraf bepaald aantal knikkers als prijs.

 

 

8. Tikifiki

Een eerder ongebruikelijke naam voor een knikkerspel afkomstig uit Oostenrijk! Het spel wordt in paren gespeeld. Degene die aan de beurt is, gaat telkens op de grond knielen.

De speler gooit een knikker in de lucht, stuurt er een tweede achteraan en vangt ze allebei in zijn hand op. Voordat de tegenstander aan de beurt is, wordt deze dubbele worp vijf keer herhaald. Ook de tegenstander gooit vijf keer. Elke knikker die valt levert een minpunt op. De speler met de meeste minpunten na tien rondes verliest het volledige spel.

 

 

9. Long taw

Ook dit knikkerspel is er eentje voor twee spelers.

Bij het begin worden 2 knikkers op 2 meter van elkaar gelegd en stappen de spelers 2 meter achteruit. De eerste speler probeert de dichtstbijzijnde knikker te raken. Als dat lukt, steekt hij deze in zijn zak en probeert nu ook de tweede knikker aan te tikken. Als dat lukt, wint de eerste speler en kan een nieuw spel starten.

Gaat het minder vlot voor de eerste speler, dan is het de beurt aan zijn tegenstander. Als die de knikkers kan raken zoals hierboven vermeld, dan wint hij de ronde. Bij het raken van de knikker waarmee speler 1 het spel inzette, wint speler 2 alle knikkers uit het spel!

 

 

10. Increase pound

Dit spel speel je met meerdere personen. Start met het tekenen van twee cirkels. De eerste cirkel is 20 cm in doorsnee en wordt de "pen" genoemd. De tweede cirkel heeft een diameter van 3,5 m en krijgt de naam "barrière".

Elke speler legt een of meer knikkers in de pen. De eerste speler schiet een knikker richting de pen. Alle knikkers die uit de ring worden gedreven, wint de speler. Werd geen enkele knikker getikt? Dan blijft de afgeschoten knikker in het spel liggen, mits deze binnen de barrière (en dus buiten de pen) is geland. Als de knikker in de pen ligt, haalt de speler deze weg en moet hij een knikker toevoegen aan de pen.

De daaropvolgende spelers mogen nu mikken op de knikkers in de pen of de afgeschoten knikker van een tegenstander.

Wordt zo’n afgeschoten knikker geraakt? Dan moet de eigenaar een extra knikker aan de pen toevoegen én alle eerder gewonnen afgeven aan de eigenaar van de geschoten knikker die de zijne raakte!

 

 

11. Span

Dit is een gemakkelijk knikkerspel voor twee spelers.

De eerste speler werpt een knikker, waarop de tweede speler een knikker afschiet  om die van de eerste te raken en zo te kunnen toe-eigenen. Als de knikker binnen één stap* van de knikker van zijn tegenstander stopt, krijgt hij die ook.

Als de eerste speler mist, pakt de tweede speler de knikkers en is het zijn beurt om de volgende ronde te beginnen.

*Hoe groot is één stap dan precies, vraag je je af? Neem de afstand tussen de uitgestrekte duim en wijsvinger van de speler met de grootste hand!

 

 

12. Knikkerjacht

Knikkerjacht is een eenvoudig spel met een addertje onder het gras!

De spelers zitten op ongeveer 3m tegenover elkaar met de benen gekruist. Voor elke speler liggen enkele knikkers. De eerste speler gooit een knikker naar de tegenoverliggende hoop knikkers. Alle knikkers die worden geraken, mag hij  aan zijn stapel toevoegen. Kan hij er geen enkele raken? Dan krijgt zijn tegenstander de knikker waarmee hij probeerde te schieten.

Nu probeert de tweede speler hetzelfde te doen.

Het spel lijkt eenvoudig, maar niets is wat het lijkt! Het wordt gespeeld in twee zetten. Dus als je erin slaagt veel knikkers te tikken van je tegenstander en ze zo te verzamelen, wordt jouw hoop ook groter en maakt dat het weer gemakkelijker voor je tegenstaander om er een groot aantal terug te stelen!

 

 

13. Kleuren schieten

Dit vind ik een heel leuk spel! Hiervoor heb je hetzelfde aantal knikkers van verschillende kleuren nodig. Kies je ervoor met veel verschillende kleuren te spelen? Dan kan je bij de Knikkerprins aankloppen om jouw collectie uit te breiden!

Voorbereiding:

Houd één knikker van elke kleur apart en rangschik de rest in een lijn of piramide op een redelijke afstand van de schietlijn. Zorg ervoor dat de verschillende kleuren niet mengen en dat alle knikkers genoeg ruimte tussen laten, zodat andere knikkers er gemakkelijk langs kunnen.

Stop de knikkers die je apart hebt gehouden in een knikkerzak.

 

Hoe speel je het Kleuren Schieten knikkerspel?

De eerste speler pakt zonder kijken een knikker uit de zak. Nu is het de bedoeling om knikkers van dezelfde kleur te raken, zonder ook maar één met een andere kleur te tikken. Als dat lukt, krijgt hij alle geraakte knikkers en krijgt hij nog een beurt. Mislukte zijn poging? Dan is het de beurt aan de volgende speler.

Let op! De knikker waarmee je schiet, moet telkens terug in de knikkerzak! Behalve als het de laatste knikker was van een bepaald kleur, dan krijgt de winnaar die.

Het spel gaat op deze manier door totdat alle knikkers van het speelveld zijn geëlimineerd. De uiteindelijke winnaar is degene die in het totaal de meeste knikkers verzamelde.

 

 

14. Het viaduct

Voor het knikkerspel Het Viaduct is wat materiaal nodig, maar het is de moeite waard om eens uit te proberen!

 

Hoe speel je het knikkerspel Het Viaduct?

Je hebt een bord(bijvoorbeeld van karton) nodig met 7 poortjes: één in het midden (krijgt het nummer 0), twee gaten rond het midden (krijgen het nummer 1), twee ernaast (met het nummer 2) en twee erbuiten (krijgen het nummer 3).

Er zijn twee tegenstanders, een schutter en een keeper. De spelers bepalen elk een aantal schoten en plaatsen zich op 1,5 m van het speelveld. De keeper staat achter het bord, de schutter ervoor. De eerste speler mikt nu op een gat. Als de knikker ervoor blijft liggen, krijgt de keeper hem. Als de knikker in een het gat met nummer 3 rolt, geeft de keeper de schutter 3 knikkers. Hetzelfde geldt voor 1 en 2. Bij 0 gebeurt er niets, dus niemand wint en niemand verliest!

 

 

15. De triangel

Voor dit spel teken je een driehoek op de vloer. Plaats daarin 15 knikkers met een diameter van 16mm in de driehoek, dit is de begin inzet.

De spelers proberen elk om de beurt knikkers uit de driehoek te schieten met een andere knikker. De knikkers die het veld verlaten, krijgt de speler. Maar pas op! Blijft de knikker waarmee je schoot in de driehoek? Dan moet je alle gewonnen knikkers er weer bijleggen!

Het spel is afgelopen als alle knikkers uit de driehoek zijn.

Dit spel kan je ook in een vierkant of een cirkel spelen. Hierdoor vind je veel verschillende namen voor deze spelvariant.

 

 

Zo dat waren alvast 15 knikkerspellen met hun spelregels. Ik hoop dat ik je vele uren plezier kan bezorgen!

Weet je wat me ook blij zou maken? Jij die je knikkerervaringen met mij deelt, vertelt over je knikkerspelontdekkingen en al je nieuwe ideeën.

Hopelijk zie ik je snel terug bij De Knikkerprins!
Veel speelplezier!